Hoofdnavigatie
- Home
- Nieuws en publicaties
- Stations en overige bouwlocaties
- Voor de omgeving
- Tunnelboren
- Uitkijkpunt
- Achtergrond
- Foto en film
- Organisatie
Bij de wanden-dak-methode wordt niet geheid. De wanden worden gemaakt door diepe sleuven (tot 45 meter) te ontgraven en deze te vullen met beton. Voor de betonstort worden de sleuven gevuld met bentoniet, een mengsel van water en klei. Dit is om te voorkomen dat de sleuven instorten.
In de met bentoniet gevulde sleuven laat men vervolgens de bewapening zakken, waarna de sleuf wordt gevuld met beton en het bentoniet wordt weggepompt. De verschillende sleuven naast elkaar vormen de wand van het station.
Als de wanden klaar zijn, wordt met een lange lans een cementmengsel (grout) in de grond gespoten. Dit heet jetgrouten. Zo ontstaan op 30 meter diepte groutstempels die de stationsmuren stevig op hun plaatst houden. Dat is nodig om later het station te kunnen ontgraven.
Als ook de groutstempels in de grond zitten, komt er een dak op de wanden van gewapend beton. Zo ontstaat een grote ondergrondse betonnen doos, gevuld met grond. De bovengrondse situatie wordt hersteld, zodat het verkeer weer doorgang kan vinden. Daarna wordt de doos ontgraven en kan het station worden afgebouwd.
De diepwanden hebben als voordeel dat heien niet nodig is en schade aan huizen als gevolg van trillingen wordt voorkomen. Bovendien zijn diepwanden sterker dan de gebruikelijke stalen damwanden. De diepwanden van gewapend beton zijn 1,20 meter dik en komen tot wel 40 meter diepte.